Welkom!
Deze website bestaat uit een verzameling uiteenlopende korfbal oefeningen. De oefeningen zijn gesorteerd in categorieën en gericht op de jongere jeugd.
Klik op de titel van een oefening om meer informatie te krijgen.

Totaal aantal oefeningen: 81.
Meteen actie maken
Aanvallen
Kind B begint met de bal en gooit deze naar kind A. Onmiddelijk na het gooien rent kind B richting de korf. Doel is om voorbij de lijn te zijn voordat kind A de bal vangt. Vervolgens de bal terug krijgen en schieten.

De lijn maakt de opdracht concreet. Afhankelijk van het team is dit wel of niet nodig. (lees verder)

Doel

Kinderen leren om niet een bal naar de aangeef te gooien en vervolgens te wachten tot de bal gevangen is, maar om er meteen achteraan te rennen.

Opstelling

Er staat een korf. Een meter daarvoor staat kind A, 2 meter daarvoor loopt een lijn (of staat aan de kant een dopje) en twee meter daarvoor staat kind B.

Algemene omschrijving

Kind B begint met de bal en gooit deze naar kind A. Onmiddelijk na het gooien rent kind B richting de korf. Doel is om voorbij de lijn te zijn voordat kind A de bal vangt. Vervolgens de bal terug krijgen en schieten.

De lijn maakt de opdracht concreet. Afhankelijk van het team is dit wel of niet nodig.

Variaties

Variatie 1: De bal begint onder de korf, wordt uitgespeeld en meteen terug gegooid.
Variatie 2: Er staat een kind, een trainer, of twee pionnen in de loopbaan. Dit fungeert als tegenstander, waar omheen gelopen moet worden.

Verschillende afstanden
Dynamisch schot
Kinderen moeten punten halen door vanaf een dopje te scoren. Scoren vanaf een geel dopje levert één punt op en scoren vanaf een oranje dopje levert twee punten op. (lees verder)

Doel

Bij deze oefening wordt er doordat iedereen een eigen bal heeft veel geschoten en wordt er door de opzet veel bewogen.

Opstelling

Er liggen twee kleuren dopjes op verschillende afstanden verspreid rond de korven. De afstand hangt af van de kleur, alle gele dopjes dichtbij en alle oranje dopjes verder weg.

Algemene omschrijving

Kinderen moeten punten halen door vanaf een dopje te scoren. Scoren vanaf een geel dopje levert één punt op en scoren vanaf een oranje dopje levert twee punten op.

Variaties

Er kan gevarieerd worden door het aantal te behalen punten en de puntentelling aan te passen. Het is ook leuk om een kind te laten kiezen.

Makkelijker maken

Let de dopjes dichterbij, bijvoorbeeld kleur 1 op 1 meter en kleur 2 op 2 meter.

Uitdagender maken

Leg de dopjes verder weg.

Schieten en afvangen
Dynamisch schot
De schutter schiet vanaf een paar meter voor de korf. Hij rent daarna achter zijn eigen bal aan om deze af te vangen. Als dit na maximaal 1 stuiter lukt mag hij nog een keer schieten. Na deze keer gaat de bal hoe dan ook naar de volgende.

Het is belangrijk er op te letten dat het schot niet teveel lijdt onder de drang om meteen weg te willen rennen. (lees verder)

Doel

Kinderen aanleren om na een schot ook zelf te proberen om de bal te vangen.

Opstelling

Tweetallen bij een paal met 1 bal. Meer kinderen kan ook, maar er is steeds maar 1 kind tegelijk bezig.

Algemene omschrijving

De schutter schiet vanaf een paar meter voor de korf. Hij rent daarna achter zijn eigen bal aan om deze af te vangen. Als dit na maximaal 1 stuiter lukt mag hij nog een keer schieten. Na deze keer gaat de bal hoe dan ook naar de volgende.

Het is belangrijk er op te letten dat het schot niet teveel lijdt onder de drang om meteen weg te willen rennen.

Veel raak, weinig mis
Statisch schot
Het kind schiet en telt het aantal doelpunten. Iedere keer dat er gemist wordt moet er een dopje (een leven) ingeleverd worden. Hoeveel doelpunten kan je maken voor je alle levens kwijt bent? (lees verder)

Doel

Oefenen op rustig en raak schieten, in plaats van snel en vaker mis (want dan raak je een leven kwijt).

Opstelling

Per kind een bal en een eigen plekje dichtbij een korf. Ieder kind heeft 4 dopjes, dit zijn zijn levens.

Algemene omschrijving

Het kind schiet en telt het aantal doelpunten. Iedere keer dat er gemist wordt moet er een dopje (een leven) ingeleverd worden. Hoeveel doelpunten kan je maken voor je alle levens kwijt bent?

Variaties

Op het moment dat iemand af is kan je diegene een extra leven geven, bijvoorbeeld 5, en de opdracht geven om er 2-3 meer te scoren dan de eerste keer.

Schieten onder druk
Dynamisch schot
De bal begint onder de korf en wordt naar het kind voor de korf gegooid. Het kind onder de korf rent vervolgens achter de bal aan om te verdedigen.

Het is belangrijk dat de aanvaller centraal staat. Met teveel verdedigende druk kan de aanvaller niet oefenen. (lees verder)

Doel

Oefenen op schieten onder verdedigende druk.

Opstelling

In tweetallen bij een korf, met een kind onder de korf en een kind op een paar meter er voor.

Algemene omschrijving

De bal begint onder de korf en wordt naar het kind voor de korf gegooid. Het kind onder de korf rent vervolgens achter de bal aan om te verdedigen.

Het is belangrijk dat de aanvaller centraal staat. Met teveel verdedigende druk kan de aanvaller niet oefenen.

Variaties

De oefening kan eventueel ook in drietallen, waarbij je twee kinderen onder de korf hebt. Eén om te gooien en één om te gaan verdedigen. Zal resulteren in beter gegooide ballen.

Balans
Motoriek / Kracht
Op 1 been staan en om beurten ledematen bewegen/strekken, namelijk het losse been, de arm of armen of het bovenlichaam. Bewegen kan naar voren, opzij, naar beneden, enz.
De trainer geeft de steeds de opdracht en iedereen voert dit tegelijk uit. Na iedere beweging weer terug naar de begin positie.
Andere ideeën zijn het zakken door het been waar je op staat (knie buigen) en op je voorvoet gaan staan in plaats van je hele voet. (lees verder)

Doel

Ontwikkelen van een betere balans en het trainen van je enkels en knieën.

Opstelling

Kinderen verspreid over het veld. Ze moeten elkaar niet kunnen raken, maar ook niet te ver dat ze instructies niet horen.

Algemene omschrijving

Op 1 been staan en om beurten ledematen bewegen/strekken, namelijk het losse been, de arm of armen of het bovenlichaam. Bewegen kan naar voren, opzij, naar beneden, enz.
De trainer geeft de steeds de opdracht en iedereen voert dit tegelijk uit. Na iedere beweging weer terug naar de begin positie.
Andere ideeën zijn het zakken door het been waar je op staat (knie buigen) en op je voorvoet gaan staan in plaats van je hele voet.

Variaties

De oefening kan ook met een bal in de handen.

De kinderen zelf de opdrachten laten verzinnen en geven. Kan in kleinere groepjes, dat iedereen vaker de leider is.

Gooiparkour
Gooien en vangen
Een tweetal gaat tegenover elkaar staan, allebei bij een dopje. De opdracht is om 15 keer over te gooien en daarna allebei een dopje op te schuiven. (lees verder)

Doel

Een simpele en rustige oefening met ruimte voor aandacht aan techniek. Daarintegen is het wel leuker dan helemaal statisch overgooien.

Opstelling

Er liggen twee rijen dopjes, met steeds een verschillende afstand tussen de twee dopjes die tegenover elkaar liggen (ter verduidelijking: Het zijn dus geen twee rechte lijnen, maar twee zigzag lijnen).

Algemene omschrijving

Een tweetal gaat tegenover elkaar staan, allebei bij een dopje. De opdracht is om 15 keer over te gooien en daarna allebei een dopje op te schuiven.

Variaties

Het is ook een geschikte oefening om de kinderen te laten oefenen met het gooien met hun zwakke hand.

Een leuke variatie is om de kinderen na 1 keer gooien meteen naar het volgende dopje te laten gaan, waardoor ze als het ware door het parcours heen bewegen.

Makkelijker maken

Als het gaat om jonge kinderen die gooien nog lastig vinden is het belangrijk om ervoor te zorgen dat de afstanden niet te groot zijn.

Uitdagender maken

Het is een statische gooi oefening. Als daar voor het team geen uitdaging meer in zit moet deze oefening gewoon niet meer gedaan worden.

Combo estafette
Warming-up
Kind A rent steeds met de bal naar de korf en schiet, 1 keer proberen per keer rennen.
Kind B brengt 1 voor 1 dopjes naar de korf. Aan het eind telt het tweetal het aantal doelpunten en het aantal gebrachte dopjes bij elkaar op.
Je kan de oefening daarna nog een keer doen en dan andersom, of halverwege 'wisselen!' roepen. (lees verder)

Doel

Een actieve warming-up waarbij iedereen continue in beweging is.

Opstelling

Alle palen op een rij, met een stap dopjes op een flinke afstand voor iedere paal.
Tweetallen bij een paal, allebei beginnen bij de stapel dopjes.

Algemene omschrijving

Kind A rent steeds met de bal naar de korf en schiet, 1 keer proberen per keer rennen.
Kind B brengt 1 voor 1 dopjes naar de korf. Aan het eind telt het tweetal het aantal doelpunten en het aantal gebrachte dopjes bij elkaar op.
Je kan de oefening daarna nog een keer doen en dan andersom, of halverwege 'wisselen!' roepen.

Schipper mag ik
Gooien en vangen
Door over te gooien moet het tweetal naar de overkant van het veld. Als de bal valt moeten ze weer terug naar het begin.
Er lopen ook enkel 'tikkers'. Deze kinderen proberen de bal te onderscheppen (niet echt tikken dus). Bij een onderschepte bal moet het tweetal ook terug. (lees verder)

Doel

In spelvorm bewegend overgooien en vrijlopen.

Opstelling

Tweetallen met een bal en enkele tikkers in een groot veld, met startkant.

Algemene omschrijving

Door over te gooien moet het tweetal naar de overkant van het veld. Als de bal valt moeten ze weer terug naar het begin.
Er lopen ook enkel 'tikkers'. Deze kinderen proberen de bal te onderscheppen (niet echt tikken dus). Bij een onderschepte bal moet het tweetal ook terug.

Makkelijker maken

De bal mag stuiteren, er hoeft enkel overnieuw begonnen te worden als een tikker de bal in handen krijgt.

Uitdagender maken

Geef ieder tweetal een vaste verdediger.

Dopjes wisselen
Statisch schot
Bij iedere korf staan 4 kleuren dopjes. Voorafgaand aan ieder schot krijgen de kinderen een opdracht. Bijvoorbeeld: verwissel blauw met geel en tik rood aan. Na het uitvoeren van de opdracht wordt de bal aangegooid en moet er geschoten worden.

Benoem dat de dopjes na een opdracht blijven staan waar ze geëindigd zijn, niet weer terug zetten (vooral van toepassing bij andere opdrachten, zie variaties). (lees verder)

Doel

Een schot spel.

Opstelling

Tweetallen bij een paal, met voor de paal (op schotafstand) 4 verschillende kleuren dopjes naast elkaar.

Algemene omschrijving

Bij iedere korf staan 4 kleuren dopjes. Voorafgaand aan ieder schot krijgen de kinderen een opdracht. Bijvoorbeeld: verwissel blauw met geel en tik rood aan. Na het uitvoeren van de opdracht wordt de bal aangegooid en moet er geschoten worden.

Benoem dat de dopjes na een opdracht blijven staan waar ze geëindigd zijn, niet weer terug zetten (vooral van toepassing bij andere opdrachten, zie variaties).

Variaties

Er kan meer variatie in de oefening gebracht worden door niet alleen dopjes om te laten wisselen en aan te tikken, maar door meerdere soorten opdrachten te geven. Bijvoorbeeld:

Raak de paal aan.
Geef de trainer een high-five.

Zet een dopje bij de paal.
Zet een dopje op een ander dopje.
Zet een dopje schuin op elkaar.
Draai een dopje om.

Makkelijker maken

Maak de schotafstand kleiner.
Geef minder opdrachten per schot.
Laat de afvang de opdracht uitvoeren en de schutter daarna schieten.

Uitdagender maken

Geef meer opdrachten per schot.

Stuitertik
Spellen
De 'tikkers' moeten proberen de bal bij iemand weg te tikken. Als dit lukt stuiteren zij met de bal verder en wordt het 'slachtoffer' de nieuwe tikker. (lees verder)

Opstelling

Een afgeschermt vak met daarin alle kinderen met een bal (op 1 of 2 na, dit zijn de tikkers).

Algemene omschrijving

De 'tikkers' moeten proberen de bal bij iemand weg te tikken. Als dit lukt stuiteren zij met de bal verder en wordt het 'slachtoffer' de nieuwe tikker.

Eerst gooien, dan schieten
Dynamisch schot
De kinderen die niet bij een paal staan rennen rond, steeds naar een geel dopje toe. Hier krijgen zij de bal. Deze gooien ze terug en daarna rennen ze naar het oranje dopje bij dezelfde korf. Hier krijgen ze de bal opnieuw en dit keer wordt er geschoten. Daarna weer naar een geel dopje bij een andere korf. (lees verder)

Doel

Schieten met tussendoor bewegen en gooien, zodat het meer op een wedstrijdsituatie gaat lijken.

Opstelling

De palen staan willekeurig verspreid over het veld, met genoeg ruimte ertussen. Bij iedere paal liggen een geel dopje en een oranje dopje, allebei op 4 meter van de korf en met 6 meter ertussen. Vaste aangevers bij iedere paal.

Algemene omschrijving

De kinderen die niet bij een paal staan rennen rond, steeds naar een geel dopje toe. Hier krijgen zij de bal. Deze gooien ze terug en daarna rennen ze naar het oranje dopje bij dezelfde korf. Hier krijgen ze de bal opnieuw en dit keer wordt er geschoten. Daarna weer naar een geel dopje bij een andere korf.

Eerst rennen, dan vangen
Aanvallen
De bal begint onder de korf en wordt uitgegooid naar het kind voor de paal. Deze schiet.
Het kind onder de paal rent ondertussen naar het dopje en weer terug en probeert de bal binnen 1 stuit af te vangen. (lees verder)

Doel

Dit is een geisoleerde oefening om de dynamische rebound te oefenen.

Opstelling

Twee kinderen bij een paal, 1 ervoor op schot afstand en 1 eronder. Naast de korf, op een aantal meter, staat een dopje.

Algemene omschrijving

De bal begint onder de korf en wordt uitgegooid naar het kind voor de paal. Deze schiet.
Het kind onder de paal rent ondertussen naar het dopje en weer terug en probeert de bal binnen 1 stuit af te vangen.

Variaties

Als het gelukt is om de bal na maximaal 1 stuiter af te vangen mag de rebounder ook nog een keer schieten.

Uitdagender maken

Zet het dopje verder weg. Daag kinderen uit om de bal zonder stuit af te vangen.

Rebound duel
Aanvallen
Het kind met de bal schiet en zodra de bal los is rennen de andere kinderen naar de korf om de bal af te vangen. Degenen die dit lukt mag daarna schieten, nadat iedereen eerst weer bij een pion is gaan staan. (lees verder)

Doel

Snel reageren op waar de bal terecht komt en niet bang zijn om het duel aan te gaan.

Opstelling

Vier dopjes rond de korf op 4 meter afstand. Per korf 3 of 4 kinderen. De kinderen beginnen bij een eigen pion, 1 van hen heeft een bal.

Algemene omschrijving

Het kind met de bal schiet en zodra de bal los is rennen de andere kinderen naar de korf om de bal af te vangen. Degenen die dit lukt mag daarna schieten, nadat iedereen eerst weer bij een pion is gaan staan.

Variaties

Je kan het kind dat schiet zelf ook mee laten vangen. Let wel op dat dit niet ten koste gaat van het schot. Ook zijn kinderen nog wel is geneigd expres te zacht te schieten zodat de bal aan de eigen kant van de korf terecht komt en ze zelf de grootste kans hebben de bal te pakken.
Ter motivatie (en ter voorkoming van bovenstaand probleem) kan de trainer zelf ook meedoen.

Succesvol is verderweg
Statisch schot
Beginnen met schieten bij de witte dopjes. Hier blijven tot er gescoord wordt, als je mist ga je naar een ander wit dopje.

Als je scoort ga je naar de kleur dopjes dat verder weg ligt, dus bij geel. Als je hier scoort mag je weer een dopje verder weg (oranje) en als je mist moet je weer een dopje dichterbij (wit).

Wie heeft er als eerst 2 keer gescoort vanaf een oranje dopje? (lees verder)

Doel

Focus op schieten van dichtbij en als dat goed gaat mag je van verder weg.

Opstelling

Er liggen drie verschillende kleuren dopjes verspreid rond de korf op drie verschillende afstanden. Witte dopjes op 1 meter, gele dopjes op 3 meter en oranje dopjes op 4 meter.

Algemene omschrijving

Beginnen met schieten bij de witte dopjes. Hier blijven tot er gescoord wordt, als je mist ga je naar een ander wit dopje.

Als je scoort ga je naar de kleur dopjes dat verder weg ligt, dus bij geel. Als je hier scoort mag je weer een dopje verder weg (oranje) en als je mist moet je weer een dopje dichterbij (wit).

Wie heeft er als eerst 2 keer gescoort vanaf een oranje dopje?